Het immense heelal
Hoe ver kunnen we het heelal inkijken? Via parallax-metingen vanaf de aarde (zie de animatie met uitleg hieronder) van een aantal sterren komen we tot een afstand van ongeveer 300 lichtjaar. Met ruimtesondes zoals Gaia (gelanceerd in 2013, zie link 3) komen we al tot 30.000 lichtjaar. Er zijn meer methodes om afstanden in het heelal te meten. Het heelal lijkt ontzettend groot te zijn - hoe verklaar je dat vanuit een schepping die niet miljoenen maar duizenden jaren gelden plaatsvond?
Roodverschuiving
Het licht dat sterren uitzenden, kan worden geanalyseerd. Veel sterren vertonen wat we noemen roodverschuiving: de frequentie van het licht is minder dan wat het zou moeten zijn (de golflengte is langer: het verschuift richting rood in het spectrum). Sommige sterren vertonen blauwverschuiving (een hogere frequentie of kortere golflengte).
Roodverschuiving kan op verschillende manieren worden verklaard:
Modellen voor het heelal
Er zijn heel wat twijfels over het Big Bang model (voor meer over de Big Bang zie link 2), vooral vanwege het feit dat er donkere energie en donkere materie moet worden aangenomen om het model kloppend te krijgen. Dat betekent dat in totaal 95% van de energie en materie in ons heelal nooit is waargenomen (zie illustratie) - dat zou dit model toch ongeloofwaardig moeten maken. Er zijn andere modellen voorgesteld, zoals dat van Erik Verlinde (link 13). Volgens John Byll zijn er wel tien modellen gemaakt, maar hij stelt dat ze allemaal hun eigen tekortkomingen kennen. Er zijn ook modellen die goed passen bij een schepping van zo'n 6000 jaar geleden (zie hieronder). Maar welk model juist is, weet niemand.
Denken vanuit de schepping
Als God het heelal geschapen heeft, is het de vraag of alle natuurwetten al golden tijdens dat scheppingsproces - God moet immers ook die natuurwetten hebben geschapen. Maar Hij kan tijdens het scheppingsproces heel goed de door Hem geschapen natuurwetten hebben gebruikt. Als God de Schepper betrouwbaar is, kunnen we ook vertrouwen op de natuurwetten. We kunnen niet alles weten, maar we kunnen wel de uitdaging aangaan om modellen te ontwikkelen die zowel passen bij een schepping van enkele duizenden jaren geleden als bij de natuurwetten die we al hebben ontdekt (zie link 4).
Wellicht zijn de afstanden in het universum inderdaad zo groot als met het Doppler-effect wordt gemeten, Daar zijn genoeg redenen voor - zie o.a. link 1, 2 en 3. Er zijn verschillende oplossingen bedacht om dit 'lichtjaren-probleem' (van de enorme afstanden) vanuit een Bijbels gezichtspunt te verklaren.
Een lichtjaar is gedefinieerd door de afstand die het licht in een jaar aflegt. Het is dus een afstand - geen tijdseenheid, een beetje zoals we spreken over 'een uur rijden' - dat gaat uit van de afstand en onze veronderstelde snelheid onderweg.
De afstanden in ons eigen melkwegstelsel zijn al enorm (het heeft een diameter van ongeveer 80.000 lichtjaar) en er zijn afstanden gemeten van meer dan 13 miljard lichtjaar.Maar betekent dit dat het heelal dan ook minstens 13 miljard jaar oud moet zijn? Er zijn nogal wat redenen om dat te betwijfelen. Bijbels gezien is het heelal niet veel meer dan 6000 jaar oud - in elk geval niet miljoenen of miljarden jaren oud.
Drie modellen
Hoe verklaar je een 'jong' heelal terwijl er zulke enorme afstanden worden gemeten? De drie modellen hieronder, zijn nogal verschillend van aard. Welke juist is, weet niemand. Bij elk van die modellen zijn vraagtekens te plaatsen.
Voor nadere uitleg van de drie modellen zie de links. Zie ook deel 6 in mijn Genesis Extra serie (Het Grote Heelal).
Als je in een trein zit, lijken de bomen dichtbij veel sneller te bewegen dan de bergen ver weg - en de Maan lijkt wel stil te staan (animatie).
Dat zie je ook bij de sterren. Als de Aarde in een jaar om de Zon draait, lijken de dichtstbijzijnde sterren door het jaar heen een beetje heen en weer te bewegen. In de tekening zijn dat A (klein beetje), B (iets meer) en D (het meest: die is het dichtstbij). Je hebt hiervoor wel een goede telescoop nodig: pas in 1838 kon Bessel dit voor het eerst meten.

Boven een grafiek die (tegen de achtergrond van de Melkweg) weergeeft wat de verhouding is tussen bekende materie en donkere (niet waarneembare) materie/energie als de Big Bang theorie waar zou zijn.
Links:
Onder: foto's van plasma-structuren zoals die spontaan kunnen ontstaan. Ze lijken qua vorm op sterrenstelsels, al is er een enorm verschil in grootte natuurlijk.
