Biodiversiteit
Adam names the animals
DSCF2987
DSCF2997
eenden
hoenders
meeuwen
koolmees
nagelkruid
rundbasistype
The_Felidae

Biodiversiteit 

De biodiversiteit op Aarde is enorm, waarbij de Kevers verreweg de grootste groep dieren vormen. Alleen al het klassieke model van het Lieveheersbeestje kent al enorme aantallen soorten - als je naar de verschillen in tekening van het rugschild kijkt: zwarte of andersgekleurde stippen tegen een rode, gele of zwarte achtergrond, effen, gestreept ... en dan zijn er nog allerlei andere kever-modellen in een geweldige variëteit.  Waar komt die grote biodiversiteit vandaan?

De oorzaak van de biodiversiteit

Iedereen ziet gelijk dat er een aantal basis-modellen zijn (zoals grassen, composieten, kevers, muggen, slangen, katten). Binnen elk model is (soms heel veel) variatie mogelijk. Dan zijn er dus twee vragen:

  1. Waar komen al die basis-modellen vandaan?
  2. Hoe ontstaat die variatie binnen die basis-modellen?

Oftewel: hoever gaat verwantschap? En: betekent verwantschap ook afstammings-verwantschap?

Soortvorming

Er zijn nogal wat waarnemingen die het vormen van nieuwe soorten ondersteunen. Het gaat dan om variatie van een bepaald basis-model (zoals 'kat' of 'mug'. Twee manieren van soortvorming worden vrij algemeen aanvaard:

  1. Isolatie van kleine populaties. Door de kleine aantallen kunnen er makkelijk bepaalde genvariaties verloren gaan: genetic drift. Sommigen noemen dit een vorm van degeneratie, omdat er informatie verloren gaat. Als een veranderde populatie weer in contact komt met de oorspronkelijke populatie, is er de kans dat er geen soort-herkenning plaats vindt: reproductieve isolatie (bijvoorbeeld omdat een herkenningskleur is verdwenen). Op die manier kunnen de populaties genetisch verder uit elkaar drijven.
  2. Sexuele selectie kan ook tot reproductieve isolatie leiden en daardoor totsoortvorming. Dat kan bijvoorbeeld op kleur.

Een belangrijke vraag is in hoeverre mutaties een voorwaarde voor soortvorming zijn. Voor de twee manieren die hierboven worden genoemd, is dat niet noodzakelijk. Zowel het monofyletische als het polyfyletische model kunnen deze manieren van soortvorming aanvaarden.

Een boom of allemaal struiken?

Monofylie betekent dat al het leven verwant is en via één complete stamboom afstamt van simpele, eencellige levensvormen. Dan is het nodig dat er nieuwe eigenschappen ontstaan: innovatie is nodig. Dat zou door mutatie kunnen, maar die leidt vrijwel altijd tot verlies van informatie en is bijna nooit positief. Hoe echt nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan, is nog onduidelijk en onderwerp van discussie.

Polyfylie gaat uit van een (flink) aantal basistypen, waarschijnlijk op het niveau van de familie (zoals de Katachtigen). Elk basistype is dus apart en elk basistype is uitgewaaierd in verschillende soorten: dat noemen we variatie in plaats van evolutie. Er is geen opklimming (een boom), maar variatie per thema (een veld met allemaal struiken).

Verwantschap

Er lijken vier goede manieren om verwantschap tussen soorten vast te stellen:

  • Overeenkomsten in bouw
  • Overeenkomsten in gedrag
  • Biochemische verwantschap
  • Kruisingsexperimenten.

Alleen de laatste is geschikt om soortsgrenzen vast te stellen (dat is per definitie zo), maar de anderen geven een goede ondersteuning. Overeenkomsten kunnen op verschillende manieren worden verklaard: gemeenschappelijke afstamming, omgevings- of gebruikseisen en een gemeenschappelijk ontwerp.

Links:

  1. Wikipedia over genetic drift en over mutaties
  2. Over de Degeneratie theorie
  3. Het probleem van de convergentie
  4. Kan de fotosynthese efficiënter?
  5. Het afstammingsmodel vergeleken met een afhankelijkheidsgrafiekmodel. Zie ook het originele artikel in Biocomplexity
  6. Alle katten horen bij hetzelfde basistype
  7. Een simpele uitleg van hoe genetic drift tot snelle soortvorming na de zondvloed kon leiden

Een oude ontdekking opgepoetst

Een electrisch veld blijkt in staat tot een soort epigenetische herprogrammering - uitgestorven soorten zijn soms wellicht epigenetische varianten van nu nog levende soorten.

Deze conclusie kun je mogelijk trekken uit de resultaten van een experiment in 1988. Zie het artikel over de oertijdcode.

Parasitisme

Hoe is parasitisme ontstaan? Hoe is het bestaan van parasieten te rijmen met God's goede schepping? En hoe zit dat met ziekmakende bacteriën? Het is logisch om deze vragen te stellen. Op het Logos-congres in april 2018 heb ik hierover een lezing gehouden. Hieronder links naar twee artikelen hierover:

  1. Over goede en ziekmakende bacteriën
  2. Over het ontstaan van parasieten